Als een kind

 

 

Je weet het vast niet meer maar toen je nog een ukkie was, vond je jezelf gewéldig!

Je was helemaal jezelf, zonder schaamte of onzekerheid. Als je honger had trok je schaamteloos net zoveel aandacht dat je eten kreeg. En dan at je tot je kleine lichaam genoeg had. Wanneer je moe was viel je in slaap en je speelde naar lievenlust.

En voor de spiegel?

Helemaal leuk! Lachen, gekke bekken trekken en jezelf kusjes geven.  Dat deed je.

Ik ook!

 

En ergens in het proces van opgroeien zijn we dat kwijtgeraakt. We zijn begonnen met nare dingen tegen onszelf zeggen. Met kritiek hebben op dat beeld in de spiegel. En vanwege die kritiek gingen we ineens allerlei regels bedenken rondom eten en drinken. Dit mag wel, dat mag niet. Behalve op bepaalde dagen of tijdstippen, dan is het weer even anders. En als het niet gelukt is, dan starten we maandag weer met een nieuw dieet. Deze keer écht!

 

Waar komen die negatieve gedachten eigenlijk vandaan?

Je had ze niet toen je nog een ukkie was. Die heb je ergens opgepikt. Onderweg.

Van je ouders misschien. En van school. Een onhandige opmerking van een juf of meester kan diepe impact hebben om maar niet te spreken van leeftijdgenootjes.

 

Ergens in de reis naar volwassenheid ben je de mening van je omgeving belangrijker gaan vinden dan jouw eigen interne stem.  En dat leidt nu tot gedoe. Het knaagt, het wringt binnen in je. En je wil wel, terug naar je intuïtie maar het lukt niet zo goed. Niet écht.

Weten waar die negatieve gedachten vandaan komen is de eerste stap. En meteen ook een behoorlijk grote. Denk er maar eens rustig over na. Wanneer ben jij begonnen met ‘lelijk’ tegen jezelf doen? En hoe kwam dat?

 

 

 

Reactie schrijven

Commentaren: 0